CASSETTE-HOUDER Cassettehouder kan niet worden geopend. Cassettehouder sluit niet. WEERGAVE Weergave wordt direkt gestopt. Niveaumeter werkt niet. Geen geluid ÷ Band geheel opgespoeld. ÷ Band niet strak getrokken. ÷ Geen signalen op de cassette. ÷ Kop is vuil. ÷ De juiste ingangsfunktie van de versterker is niet ingesteld. ÷ Volume van de versterker te laag. ÷ Foute aansluiting (slecht kontakt, draden ontkoppeld, gebroken draad, draad verwijderd, etc.) ÷ Start weergave in de tegengestelde richting. ÷ Spoel de band terug. ÷ Trek de band strak (zie blz. 32). ÷ Plaats een voorbespeelde cassette. ÷ Reinig de koppen (zie blz. 34). ÷ Stel de juiste ingangsfunktie van de versterker in. ÷ Verhoog het volume van de versterker. ÷ Kontroleer de aansluitingen (zie blz. 36). ÷ Deck is niet in de stopfunktie geschakeld (band loopt). ÷ Spanning was uitgeschakeld terwijl de band liep. ÷ Cassette niet juist geplaatst. ÷ Druk op de stoptoets (7). ÷ Schakel de spanning aan. ÷ Plaats de cassette juist.
OPNAME Opname-indikator licht niet op. Niveaumeter werkt niet. ÷ Wispreventielipjes zijn verwijderd. ÷ Plaats een andere cassette met wispreventielipjes intakt. ÷ Bedek de openingen met plakband (zie blz. 32). ÷ Verhoog het opnameniveau met de REC LEVEL regelaar (zie blz. 62). ÷ Stel de opnamebronschakelaar van de versterker in de juiste stand. ÷ Kontroleer de aansluitingen (zie blz. 36). ÷ Start opname in de tegengestelde richting. ÷ Spoel de band terug. ÷ Trek de band strak (zie blz. 32).
÷ REC LEVEL regelaar te laag ingesteld. ÷ De versterker levert geen signaal (van de tuner,CD-speler, etc.) ÷ Foute aansluiting, slecht kontakt, draden ontkoppeld, gebroken draad, etc.)
Opname wordt direkt gestopt.
÷ Band geheel opgespoeld. ÷ Band niet strak getrokken.